OR-Cursus.com - voor alle OR trainingen!

Categorieën
De medezeggenschap in kleine ondernemingen WOR

Art 35c WOR

Een bericht over artikel 35c van de Wet op de Ondernemingsraden. In dit bericht vind je de volledige tekst van dit wetsartikel en daaronder een toelichting op het wetsartikel.

Hieronder tref je de volledige tekst van, art 35c WOR, artikel 35c wet op de ondernemingsraden.

1. De ondernemer die een onderneming in stand houdt waarin in de regel ten minste 10 personen maar minder dan 50 personen werkzaam zijn en waarvoor geen ondernemingsraad is ingesteld, kan een personeelsvertegenwoordiging instellen, bestaande uit ten minste drie personen die rechtstreeks gekozen zijn bij geheime schriftelijke stemming door en uit in de onderneming werkzame personen.

2. Op verzoek van de meerderheid van de in de onderneming werkzame personen stelt de ondernemer de in het eerste lid bedoelde personeelsvertegenwoordiging in.

3. Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid, is artikel 5a, tweede lid, derde en vierde volzin, van overeenkomstige toepassing. De artikelen 713, 1718, eerste en tweede lid2122, eerste lid, tweede lid, voor zover het betreft de kosten van het voeren van rechtsgedingen, derde en vierde lid22a27, eerste lid, onderdeel b, voor zover het betreft een arbeids- en rusttijdenregeling, en onderdeel d, derde tot en met zesde lid31, eerste lid3235b, vierde en vijfde lid, behoudens de in dat lid bedoelde arbeidsomstandigheden, en zevende lid, en 36 zijn van overeenkomstige toepassing.

4. De ondernemer legt een voorgenomen besluit als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdeel b, voor zover het betreft een arbeids- en rusttijdenregeling, en onderdeel d, schriftelijk aan de personeelsvertegenwoordiging voor. Hij verstrekt daarbij een overzicht van de beweegredenen voor het besluit, alsmede van de gevolgen die het besluit naar te verwachten valt voor de in de onderneming werkzame personen zal hebben. De personeelsvertegenwoordiging beslist niet dan nadat over de betrokken aangelegenheid ten minste éénmaal met de ondernemer overleg is gepleegd. Na het overleg deelt de personeelsvertegenwoordiging zo spoedig mogelijk schriftelijk en met redenen omkleed zijn beslissing aan de ondernemer mee. Na de beslissing van de personeelsvertegenwoordiging deelt de ondernemer zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de personeelsvertegenwoordiging mee welk besluit hij heeft genomen en met ingang van welke datum hij dat besluit zal uitvoeren.

5. De personeelsvertegenwoordiging kan met toestemming van de ondernemer commissies instellen of deskundigen uitnodigen. Ten aanzien van het uitnodigen van deskundigen is toestemming niet vereist, wanneer de deskundige geen kosten in rekening brengt of wanneer de kosten door de personeelsvertegenwoordiging bestreden worden uit een bedrag als bedoeld in artikel 22, derde lid. Heeft de ondernemer toestemming gegeven voor het raadplegen van een deskundige, dan komen de kosten daarvan te zijnen laste.

6. Inlichtingen en gegevens bestemd voor de personeelsvertegenwoordiging, die volgens artikel 31, eerste lid, schriftelijk moeten worden verstrekt, mogen door de ondernemer ook mondeling worden verstrekt. In afwijking hiervan wordt informatie met betrekking tot de arbeidsvoorwaarde pensioen altijd schriftelijk verstrekt, indien de ondernemer de informatie schriftelijk beschikbaar heeft.

7. De ondernemer is verplicht met de personeelsvertegenwoordiging in overleg te treden over de arbeidsvoorwaarde pensioen, indien de personeelsvertegenwoordiging daartoe een met redenen omkleed verzoek doet.

Toelichting op art 35c WOR

Lid 1 van art 35c WOR bepaalt dat een ondernemer een personeelsvertegenwoordiging (PVT) in mag stellen. Deze PVT moet uit tenminste drie personen bestaan. Als een meerderheid van de medewerkers verzoekt om een PVT, dan is de ondernemer verplicht deze in te stellen. In lid 3 staan welke artikelen van toepassing zijn op de PVT. Een PVT heeft adviesrecht voor zover het besluit gevolgen heeft voor meer dan een kwart van het personeel. Verder heeft de PVT ook instemmingsrecht wat betreft de arbeidsomstandigheden en arbeidsrusttijden. De procedure die gevolgd moet worden staat in lid 4, alsmede de vereisten waaraan een instemmingsverzoek moet voldoen.

Ook kan een PVT commissies instellen en deskundigen uitnodigen. Dit blijkt uit lid 5.

Op initiatief van de PVT moet de ondernemer in overleg gaan met de PVT over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Maar dit initiatief moet wel goed onderbouwd zijn.